Kinderfysiotherapie

De ontwikkeling van het bewegen van kinderen
Iedereen heeft in zijn kinderjaren leren bewegen. Spelenderwijs ontwikkelen kinderen hun zintuigen en motoriek. Meestal gaat dat goed en bijna ongemerkt. Maar bij sommige kinderen duurt het langer of wijkt de ontwikkeling af van wat gebruikelijk is. Dit kan komen doordat de zintuigen, het zenuwstelsel of het houdings- en bewegingsapparaat niet goed functioneren. Deze kinderen hebben meer oefening nodig om een bepaalde vaardigheid onder de knie te krijgen. Of zij moeten leren met minder mogelijkheden zo optimaal mogelijk verder te leven. Al deze kinderen kunnen baat hebben bij een behandeling door een kinderfysiotherapeut.

Wat is een kinderfysiotherapeut?
Na de opleiding tot fysiotherapeut heeft de kinderfysiotherapeut een opleiding gevolgd die gericht is op het bewegend functioneren van kinderen en jeugdigen tussen 0 en 16 jaar. De kinderfysiotherapeut observeert, onderzoekt en behandelt, maar geeft ook voorlichting en advies. Er wordt gewerkt volgens een behandelplan. Indien nodig wordt er overlegd met andere disciplines, zoals de arts, leerkracht, logopedist of ergotherapeut. Behandelingen worden regelmatig gerapporteerd aan de verwijzer. In onze praktijk volgt Janne van Essen de opleiding kinderfysiotherapie. Zij heeft het onderdeel 0-3 jarigen afgerond. Vanaf juni 2011 is zij geregistreerd kinderfysiotherapeut.

Jong aangeleerd
Jonge kinderen die een verkeerde houding of motoriek aanleren, kunnen daar later veel last van hebben, zowel fysiek als mentaal, doordat zij bijvoorbeeld moeite hebben met spelen op het schoolplein of in de gymles niet mee kunnen komen met leeftijdgenootjes. Bij elke leeftijd horen bepaalde motorische vaardigheden die je onder de knie moet krijgen. Het is soms nodig dat een kind daarbij wat hulp krijgt. Ook een kind met een ziekte of handicap kan leren omgaan met zijn beperkte mogelijkheden en op een aangepaste manier optimaal te bewegen.

Kinderfysiotherapie voor 0 tot 3 jarigen

Voorbeelden van indicaties bij de baby/ peuter:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • Asymmetrische zuigeling, voorkeurshouding
  • Huilbaby
  • Billenschuiver (i.p.v. kruipen op knie)
  • Cerebrale parese
  • Spina bifida
  • Pre-dysmature kind: te vroeg geboren
  • Genetische aandoening, zoals Down syndroom
  • Plexus brachialis laesie door de bevalling

Motorische ontwikkelingsachterstand:
Na de geboorte kan een zuigeling niet veel bewegen. Langzaam wordt dit steeds meer. Allereerst kan uw kindje het hoofd draaien en gericht kijken en volgen. Daarna gaat hij (of zij) naar iets grijpen en als hij op de buik ligt kan hij het hoofd steeds meer optillen. U ziet dat uw kindje zijn armen meer gebruikt om te steunen en te spelen. In de loop van het eerste half jaar gaat hij rollen en in het tweede half jaar gaat hij zich voor- en achteruit verplaatsen. Nog iets later kan uw kindje (gaan) zitten, kruipen of zich op de billen verplaatsen.Tot slot komt het moment dat hij gaat staan en lopen. De kinderfysiotherapeut kan de motorische ontwikkeling van uw kindje beoordelen

Als deze ontwikkeling niet helemaal ongestoord verloopt kunt u dit bijvoorbeeld zien doordat:

  • hij uitzonderlijk laat gaat rollen.
  • duidelijk moeite heeft met bewegen.
  • hij niet goed zijn hoofdje op kan houden.
  • hij zich over het algemeen heel traag ontwikkeld.

In veel gevallen zullen de artsen van het consultatiebureau of uw huisarts een rol spelen bij het signaleren van dergelijke problemen.
U kunt ook direct contact opnemen met een kinderfysiotherapeut wanneer u twijfels heeft. De kinderfysiotherapeut kan door gerichte testen de ontwikkeling van uw kindje beoordelen.

Asymmetrische zuigeling, voorkeurshouding:
Het meest voorkomende probleem bij zuigelingen is de voorkeurshouding en/of plagiocephalie:
Als een baby een voorkeurshouding heeft, houdt hij (of zij) het hoofd bijna altijd naar één kant gedraaid. Niet alleen als hij slaapt, maar vaak ook als hij wakker is. Een voorkeurshouding kan de ontwikkeling van een baby nadelig beïnvloeden. Omdat de schedel van een baby tijdens de eerste levensmaanden van nature zacht is, kan het zo zijn dat het hoofd aan één kant een afplatting (plagiocephalie) krijgt en daardoor scheef groeit. Soms kan alleen het achterhoofd plat worden (brachycephalie). Slaap- en speelhoudingen oefenen invloed uit op de vorm van het hoofd. Het is belangrijk dat uw baby in afwisselende houdingen slaapt en speelt omdat u daarmee voorkomt dat uw baby een voorkeurshouding ontwikkelt. De kinderfysiotherapeut kan u hierbij adviseren. Omdat het schedeltje in het eerste half jaar het meest vervormbaar is zullen maatregelen om deze afplatting te verminderen het beste resultaat geven wanneer dit in deze periode behandeld wordt.

Plagiocephalometrie (PCM):
Om de afplatting van het hoofdje te beoordelen wordt dit gemeten door middel van de plagiocephalometrie (PCM). PCM is een meting waarbij met behulp van een bandje van speciaal plastic een afdruk wordt gemaakt van de omtrek van het hoofd. Hierdoor kan bij baby's de afplatting van het achterhoofd en de vormverandering van de schedel worden gemeten. Op basis hiervan wordt de behandeling bepaald.

Kinderfysiotherapie voor jongere kinderen

Voorbeelden van indicaties bij het jonge kind:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • Afwijkend looppatroon
  • Mentale retardatie
  • Cerebrale parese
  • Lage of hoge spierspanning
  • Orthopedische afwijkingen
  • Aangeboren afwijkingen die de motoriek beinvloeden
  • Ademhalingsproblematiek
  • Jeugdreuma

Kinderfysiotherapie voor oudere kinderen

Voorbeelden van indicaties bij het oudere kind:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • DCD, Developmental Coordination Disorder
  • Mentale retardatie
  • Cerebrale parese
  • Hersenletsel t.g.v. een ongeluk
  • Sensomotorische problemen
  • Schrijfproblemen
  • Houdingsproblemen
  • Ademhalingsproblematiek
  • ADHD en pervasieve ontwikkelingsstoornissen
  • Jeugdreuma
  • Incontinentie

Oudere kinderen kunnen motorisch onhandig zijn waardoor zij veel uit hun handen laten vallen, houterig bewegen of vaak hun evenwicht verliezen. Ook kan een kind angstig zijn om te bewegen, of een slechte of slappe lichaamshouding hebben. Een kind kan veel moeite hebben met stilzitten, met schrijven of kan het tempo van de klas niet bijbenen. Soms maakt een kind veel bijbewegingen of lijkt het achter in zijn motorische ontwikkeling in vergelijking met klas- of leeftijdgenootjes. Bewegingsproblemen kunnen veel invloed hebben op het functioneren in een groep en daardoor op het welbevinden van een kind.

Is een verwijzing noodzakelijk?
In de meeste gevallen zal uw kind verwezen worden door uw huisarts of specialist. Maar door de regeling Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie kunt u ook zonder verwijzing naar de fysiotherapeut. In dit geval zal de kinderfysiotherapeut uw kind onderzoeken en dan bepaalt zij of zij uw kind verder gaat behandelen, of dat het verstandig is om eerst contact op te nemen met uw huisarts of specialist.

Hoe werkt de kinderfysiotherapeut?
Na het intake gesprek en het onderzoek krijgt de kinderfysiotherapeut een volledig beeld van het motorische niveau van uw kind. U, als ouder, de leerkrachten, uw huisarts en andere betrokkenen spelen hierbij een belangrijke rol doordat zij informatie kunnen geven over uw kind. De kinderfysiotherapeut bespreekt de bevindingen met u en stelt een behandelplan op, waar u nauw bij betrokken wordt.

De behandeling
De behandeling is erop gericht de motorische ontwikkelingsmogelijkheden van het kind te vergroten. Het oefenmateriaal is speciaal ontwikkeld voor kinderen en moet het plezier in bewegen vergroten en bepaalde motorische functies aanspreken. Bij zuigelingen bestaat de behandeling voor een groot deel uit hanterings- en speladviezen voor ouders. Waardoor u de behandeling met de dagelijkse verzorging kunt combineren. Als het nodig is, kan de behandeling ook thuis plaatsvinden. Dat geldt vaak voor kinderen van 0 tot 2 jaar of kinderen met een ernstige handicap. De duur van de behandeling is uiteraard afhankelijk van de aard en de omvang van de klacht of van de hulpvraag. Soms is alleen een advies al voldoende, bijvoorbeeld een houdings- of sportadvies. Bij chronische klachten zal de behandeling langere tijd duren.

Home